Verschillen tussen QUEST ’21 en ons reguliere onderwijs

Arc

Er zijn een paar verschillen tussen QUEST ‘21 en regulier havo- en vwo-onderwijs. Hieronder staan de belangrijkste:

meer autonomie voor de leerling

bij QUEST ‘21 krijgen de leerlingen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces dan bij het reguliere havo- en vwo-onderwijs. Daar is het hele onderwijsconcept, zowel inhoudelijk als qua organisatie en begeleiding op gericht.  

minder verplichte en meer keuzeleerdoelen

Zowel bij QUEST ‘21 als bij regulier onderwijs moeten leerlingen leerdoelen behalen. Het verschil is dat bij QUEST ’21 een aantal doelen verplicht is, maar een groot deel niet. Iedere leerling kiest binnen het aanbod eigen leerdoelen en volgt dus deels een gepersonaliseerde route. Bij ons reguliere onderwijsconcept hebben leerlingen keuzelessen waarmee ze invloed hebben op hun eigen leerroute.

geen vakken, maar modules

Een leerling volgt bij QUEST ’21 modules in plaats van vakken. Iedere module behandelt een of meerdere leerdoelen uit een of meerdere domeinen. Een domein is een leergebied, zoals Mens en Maatschappij. Bij regulier onderwijs vallen hier de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie onder. Er is vanzelfsprekend overlap in de leerdoelen van de modules van QUEST ’21 en de vakken van het reguliere aanbod.

Een module bestaat uit een activerende lessenserie met veel keuzevrijheid voor de leerling qua vorm. Elke 6 weken krijgt en kiest een QUEST ’21-leerling nieuwe leerdoelen en krijgt hij dus nieuwe modules. Bij het reguliere onderwijs heeft een leerling een half of heel jaar hetzelfde vak, waarbinnen de onderwerpen wisselen.

nog meer aandacht voor (21e-eeuwse) vaardigheden

De (21e-eeuwse) vaardigheden komen zowel bij ons reguliere onderwijs als bij QUEST ’21 volop aan bod. We vinden het belangrijk dat al onze leerlingen zowel kennis als vaardigheden mee krijgen. Omdat de leerlingen bij QUEST ’21 vaker met projecten en grotere opdrachten werken, hebben ze vaardigheden als samenwerken, communiceren en plannen nog vaker nodig.

andere toetsing

Natuurlijk wordt er zowel in QUEST ’21 als in het reguliere onderwijs getoetst. Het verschil zit hem in de hoeveelheid, de vorm en de eisen die gesteld worden. Zo wordt er bij QUEST ’21 minder voor een cijfer getoetst en meer om te kijken of je als leerling op weg bent het leerdoel te behalen. Formatief evalueren heet dat.

Het aantonen dat een leerdoel gehaald is, gebeurt ook op andere manieren dan met een (schriftelijke) toets. Dat is bij het reguliere onderwijs overigens ook zo. Bij QUEST ’21 zijn er bijvoorbeeld meer praktische opdrachten. En soms is het voldoende om alle opdrachten gemaakt te hebben om aan te tonen dat je een leerdoel hebt behaald.

Een groot verschil is dat bij QUEST ’21 ieder verplicht én gekozen leerdoel moet worden behaald. Bij regulier kun je een onvoldoende met een voldoende middelen. Dat kan bij QUEST ’21 niet. Als een leerling zijn leerdoel nog niet beheerst, dan gaat hij hiermee, samen met zijn vakdocent en coach, tijdens ‘werktijd’ aan de slag. En soms zal een leerling een andere keuzemodule kiezen of een (verplichte) module nog een keer volgen.

intensievere begeleiding door een coach

Op onze school hebben de leerlingen zowel een klassenbegeleider als een coach. Dat geldt dus ook voor QUEST ’21-leerlingen. Zij worden alleen veel intensiever gecoacht. Uit hersenonderzoek bij pubers blijkt dat je ze kunt vragen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces, maar dat je ze daarbij wel goed moet ondersteunen.

minder les in een vaste klas

In de onderbouw van het reguliere onderwijs, hebben leerlingen ongeveer 75% van de lessen in een vaste klas. Bij QUEST ’21 is dat rond de 40%, al wisselt dat sterk per leerjaar en periode. Zo heeft een eerstejaars QUEST ’21’er in het eerste half jaar meer lessen in zijn eigen klas dan in de tweede helft van het jaar. Zo zorgen we dat er voldoende mogelijkheid is voor het leggen van contact en het sluiten van vriendschappen. De verplichte vakken zijn meestal in de eigen klas.

Meer weten? Neem dan contact op met:

mw. A. Klop MSc

mw. A. Klop MSc

afdelingsleider vwo onderbouw
mw. drs. U. Daglama-Sno

mw. drs. U. Daglama-Sno

afdelingsleider mavo
dhr. B.L. Roest BA

dhr. B.L. Roest BA

afdelingsleider havo onderbouw, havo/vwo, QUEST