dyslexie

Arc

Visie, missie, uitgangspunten voor het dyslexiebeleid Roland Holst College

Passend Onderwijs

In de wet passend onderwijs, daterend uit 2014, worden de doelen passend onderwijs als volgt geformuleerd:

Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.

Dyslexie hoeft  geen belemmering zijn voor schoolsucces. Leerlingen met dyslexie zullen meestal meer tijd moeten besteden aan leer- en maakwerk. Schoolsucces is dus ook afhankelijk van motivatie en doorzettingsvermogen.

Basiszorg

De begeleiding van leerlingen met dyslexie ligt bij de docenten en de mentoren (basiszorg). Met name de mentoren besteden tijd aan plannen & organiseren. Docenten en mentoren kunnen een beroep doen op de expertise van de zorgexpert. Mocht er meer ondersteuning voor de leerling nodig zijn, dan meldt de mentor dit bij de teamleider. De teamleider kan de zorgexpert inschakelen.

Tijdverlenging

Leerlingen met dyslexie krijgen extra tijd (10 minuten) bij toetsen, een enkele keer zal een docent ervoor kiezen om minder opgaven aan te bieden. Voorwaarde is wel dat er in het onderzoeksverslag onderbouwd wordt dat een leerling gebaat is bij extra tijd.

Leerlingen met een dyslexieverklaring hebben bij het centraal examen recht op een standaard tijdverlenging van 30 minuten. We gaan altijd na of deze leerling daar ook echt behoefte aan heeft.

Bij het schoolexamen hebben leerlingen dezelfde rechten als bij het centraal examen, dus ook recht op meer leestijd. Ook hier geldt weer dat tijdverlenging bij voorkeur in verhouding moet zijn met de toets: bij korte toetsen of toetsen met nauwelijks leeswerk is minder tijdverlenging nodig dan bij een lang examen met veel bronnenmateriaal en leeswerk.

Talen in de onderbouw

Schriftelijk werk van de talen wordt op een andere manier nagekeken. Alle fouten worden aangestreept en de zogenaamde ‘dyslectenfouten’ worden niet of minder zwaar meegeteld.

Alternatief programma moderne vreemde talen

Een leerling met dyslexie kan geen vrijstelling krijgen voor een moderne vreemde taal. Wel kan er in uitzonderlijke gevallen een alternatief programma voor een moderne vreemde taal worden aangeboden.

Pasje

Leerlingen krijgen aan het begin van het schooljaar 2018 2019 een pasje met rechten en plichten uitgereikt om tijdens een toets op tafel te leggen. Daarnaast schrijven leerlingen een  ‘D’ bovenaan het toetsblad.

Instructiemiddagen

Brugklasleerlingen wonen drie keer per jaar -verplicht- een instructiemiddag bij. De eerste middag, al in de eerste week van het schooljaar, is bedoeld om leerlingen o.a. te wijzen op hun rechten en plichten. De tweede middag is enkele weken later en gaat vooral in op ‘leren leren’: hoe lees je lange teksten, hoe leer je woordjes, hoe onthoud je belangrijke zaken enz. De laatste middag is halverwege het schooljaar en is bedoeld om tips en tricks uit te wisselen.

Zij-instromers

Teamleiders plaatsen gedurende het schooljaar (of vlak voor de start van een nieuw schooljaar) leerlingen. Deze leerlingen zijn niet in de brugklas gestart. Het is van belang dat ouders bij inschrijving aangeven dat hun kind dyslexie heeft. De administratie zorgt voor de vermelding in SOM en informeert de zorgexpert. De zorgexpert roept de leerling, ouders en mentor op voor een gesprek.

Ouderavond

Aan het begin van het schooljaar organiseert de zorgexpert een bijeenkomst voor ouders. Tijdens deze bijeenkomst wordt aan hen de gang van zaken rondom dyslexie uitgelegd en krijgen ouders tips hoe hun kind thuis te ondersteunen.

Voorleesprogramma’s

We stappen gefaseerd over van Claroread naar Textaid. De (thuis)licentie van dit voorleesprogramma wordt door de school verstrekt. Echter, nut en noodzaak moeten wel samen met de orgexpert onderzocht zijn. Leerlingen die een voorleesprogramma willen gebruiken hebben zelf de verantwoordelijkheid om zaken goed te regelen.

Ondersteuning bij huiswerk

Ondersteuning bij huiswerk of bijles wordt niet door de school verzorgd. Wel is het mogelijk tegen betaling deel te nemen aan de huiswerkklas op school. Daarnaast zijn er particuliere huiswerkinstituten.

 

 

Wat verwachten we van…?

De leerling

Een leerling met dyslexie weet dat zijn schoolsucces ook afhankelijk is van zijn inzet. In het eerste schooljaar woont de leerling 3 bijeenkomsten bij. Tijdens deze bijeenkomsten wordt de leerling o.a. duidelijk gemaakt wat zijn rechten & plichten zijn, hoe hij handelt tijdens toetsen, worden afspraken gemaakt over het gebruik van chromebooks of ipads, wordt verteld hoe hij het beste kan leren, plannen, organiseren enz. En wordt uitgelegd hoe te handelen als er zorgen zijn.

De leerling heeft bij toetsen zijn dyslexiekaart bij zich en legt die op de tafel. Samen met de vakdocent zorgt de leerling ervoor dat de evt. hulpmiddelen ingezet kunnen worden. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat de leerling zelf bij opgave van een toets kenbaar maakt hoe zij de toets willen maken en de nodige voorzorgsmaatregelen nemen.

Bij problemen meldt de leerling zich bij de mentor.

Ouders

Ouders  verstrekken bij de inschrijving alle benodigde informatie. Bij aanvang van het schooljaar verwachten we ouders op de speciale ouderavond. We gaan ervan uit dat ouders de benodigde hulpmiddelen aanschaffen.

Ouders stimuleren hun kind om zelf zaken op school te bespreken. Daarnaast verwachten we van ouders dat ze thuis hun kind ondersteunen. Dat kan variëren van interesse tonen, meekijken op SOM, huiswerk overhoren tot het inpakken van de schoolspullen.

Mocht er zorg zijn, dan nemen ouders contact op met de mentor.

Docent

De docent weet welke leerling dyslexie heeft. De rechten en plichten van een leerling zijn bekend. Hij kan een leerling in de les op een adequate manier ondersteunen.

De docent geeft zorgelijke signalen door aan de mentor van de leerling. Algemene zaken bespreekt hij met zijn sectie. Docenten zijn bekend met hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld een voorleesprogramma. Zij zorgen er samen met de leerling voor dat hulpmiddelen ook ingezet worden.

Mentor

De mentor heeft bij de start van het schooljaar met de leerling een gesprek over o.a. dyslexie. De mentor neemt samen met de leerling zijn rechten en plichten door. De mentor communiceert ook met collega’s die lesgeven aan deze leerling. De mentor is aanspreekpunt voor leerling en ouders. Zijn er zorgen, dan neemt hij contact op met de collega, de teamleider of de zorgexpert (inloopspreekuur). De mentor kan een leerling aanmelden bij het zorgteam via de teamleider.

De mentor meldt leerlingen die tijdens het schooljaar de diagnose ‘dyslexie’ krijgen bij de zorgexpert.