TALENT ARHC – visie en inhoud

Arc

Gelukkig leren ontwikkelen:
TalentARHC is een onderwijsstroom op het A. Roland Holst College (ARHC) die speciaal in het leven is geroepen voor hoogbegaafde leerlingen. Het onderwijs op TalentARHC kenmerkt zich door een speciale didactiek en een grote interactie tussen vaklessen en mentoraat. Om dit onderwijs mogelijk te maken worden alle betrokken docenten en mentoren intern opgeleid.

Het motto van TalentARHC is ‘gelukkig leren ontwikkelen’. Belangrijk in ons onderwijs is dat het zich richt op cognitieve uitdaging, het versterken van executieve functies en vaardigheden en daarnaast een omgeving biedt waarin de leerling zijn identiteit zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.

De klassen in de onderbouw van TalentARHC zijn homogene HB-groepen van maximaal 22 leerlingen. In de bovenbouw volgen de Talentleerlingen heterogene vwo-lessen met veel mogelijkheden tot individuele programma’s. Met deze programma’s kan gezocht worden naar verdieping, verbreding en persoonlijke leerdoelen met bijbehorende intensieve begeleiding.

Op het ARHC willen wij het voortgezet onderwijs niet versneld aanbieden, maar de leerlingen gedurende zes jaar de gelegenheid geven voor hen passend onderwijs te volgen. Het doel is dat zij zich gedurende die zes jaar optimaal kunnen ontwikkelen om na die tijd als zelfbewuste adolescenten, met kennis van eigen talenten en vaardigheden, op eigen niveau hun plek in de samenleving te kunnen vinden.

In deze brochure staat een korte beschrijving van de drie pijlers die het fundament vormen van het onderwijsconcept van TalentARHC. Ook geven we een beeld hoe deze visie in de dagelijkse praktijk vorm krijgt.

TalentARHC visie op onderwijs en leren

Pijler 1 cognitieve uitdaging

TalentARHC biedt onderwijs dat aansluit bij de cognitieve mogelijkheden van de hoogbegaafde leerlingen. Wij gaan met de leerlingen op zoek naar hun eigen cognitieve norm. In het reguliere onderwijs wordt de norm veelal afgeleid van de kerndoelen bij de verschillende vakken. Lesmaterialen en toetsen sluiten aan op van de kerndoelen afgeleide normen. Hoogbegaafde leerlingen kunnen en weten echter vaak veel meer dan de geldende norm. Zij kunnen, door aan deze norm te moeten voldoen, hun eigen cognitieve mogelijkheden uit het oog verliezen. Hoe kan onderwijs gericht op een standaardnorm betekenis hebben voor hen? Welke ‘need to know’ is er voor hen in de aangeboden stof? En wat betekent een ‘goed’ cijfer voor hen als ze dat behalen zonder dat ze hun kennen en/of kunnen inzetten?

Leerlingen reageren verschillend op onderwijs dat hen weinig tot geen cognitieve uitdaging biedt. Ze passen zich aan en genieten van alle ‘mooie’ cijfers die ze behalen, ze gaan calculeren en behalen met zo min mogelijk inspanning een magere zes of ze haken helemaal af. Het komt zelden voor dat deze leerlingen op zoek gaan naar waar zij met hun capaciteiten toe in staat zijn of naar wat het onderwijs voor hen zou kunnen betekenen.

Op TalentARHC gaan de leerlingen op zoek naar hun eigen norm, om vanaf dat punt waar het leren begint, verder te gaan. Dit punt ligt natuurlijk voor iedere leerling bij elk vak ergens anders. Volgens de Russische leerpsycholoog Vygotsky vindt leren plaats in de zone van naaste ontwikkeling: het gebied dat grenst aan wat je al kent en kunt. Bij hoogbegaafde leerlingen kan dat gebied op een heel onverwachte plaats liggen. Bovendien kan bij deze groep leerlingen, die zich leerstof snel eigen kan maken, de zone van naaste ontwikkeling snel verschuiven.

Om goed te zien waar voor iedere leerling het leren begint, werken de docenten van het geheel naar delen. Dat wil zeggen dat er met de leerlingen wordt gekeken naar het uiteindelijke leerdoel om van daaruit de lessen vorm te geven. Docenten bekijken per leerling vanaf welk punt hij of zij aanhaakt en op weg moet om tot het leerdoel te komen. Ook wordt leerlingen gevraagd hun kennis en vaardigheden in een breed opgezette opdracht te laten zien. Op die manier wordt snel zichtbaar waar nieuwe informatie en/of begeleiding van de docent nodig is. Wanneer leerlingen zelf kennis gaan construeren, wordt pas duidelijk wat de leerling al kan en aan welke strategieën en vaardigheden nog moet worden gewerkt.

Een passend cognitief niveau of een uitdaging is niet altijd wat hoogbegaafde kinderen aan het leren brengt of houdt. Vaak laat de schoolidentiteit van deze kinderen het niet toe om open te staan voor het leren van nieuwe vaardigheden en/of strategieën. Om het punt te bereiken waar het leren begint, wordt op TalentARHC ook gebruik gemaakt van de mindset theorie van psychologe Carol Dweck. Zij ontdekte dat veel meer- en hoogbegaafde leerlingen intelligentie als een vaststaand gegeven beschouwen (fixed mindset) en niet als iets wat je kunt ontwikkelen (growth mindset). Kort gezegd gaan leerlingen met een fixed mindset uitdagingen uit de weg waardoor zij dus ook niet leren falen of doorzetten terwijl dit belangrijke vaardigheden bij het leren zijn. Leerlingen met een fixed mindset maken zich bovendien geen tools en of vaardigheden eigen om zich te ontwikkelen op gebieden die voor hen onbekend zijn. Mentoren en vakdocenten begeleiden de leerling, daar waar nodig, in de ontwikkeling van fixed naar growth mindset om het punt waar het leren voor de leerling begint, te bereiken. De leerling wordt begeleid naar een meer ontwikkelgerichte schoolidentiteit. In deze ontwikkeling bij leerlingen is er dus een duidelijke wisselwerking tussen cognitie en identiteitsontwikkeling.

Een belangrijk aspect in ons onderwijs is dat begeleiding en lesgeven sterk met elkaar verweven zijn. Bij TalentARHC zijn het mentoraat en de vaklessen daarom voor een deel geïntegreerd. Bijna dagelijks zijn er mentor-momenten waarin mentor en leerlingen terug- en vooruitkijken naar wat er in de vaklessen gebeurt. Zo kan de mentor met de leerlingen, aan de hand van door de vakdocent ingebrachte items, denk- en leervragen voor de vaklessen genereren. Deze manier van werken maakt dat leerlingen met eigen vragen, op eigen cognitief niveau aan de les beginnen. Daar waar tijdens de vakles blijkt dat de leerling de basisstof voor het vwo beheerst, de vwo-norm dus al behaalt, kan de leerling verder met eigen vragen en onderzoek. Vakdocent en mentor begeleiden het vraaggestuurd leren.

Door een goede interactie tussen vakdocenten en mentoren is het op TalentARHC mogelijk om leerlingen goed te begeleiden op de ontwikkeling van hun (studie)vaardigheden. Ervaring leert dat hoogbegaafde leerlingen het primaire onderwijs vaak hebben doorlopen zonder gebruik gemaakt te hebben van diverse vaardigheden. Deze hebben ze dus ook niet aangeleerd of voldoende ontwikkeld, omdat er geen noodzaak voor was of werd ervaren. In een betekenisvolle en uitdagende leeromgeving op de grens van het eigen cognitieve kennen en kunnen, wordt er op TTalentARHC een ‘need to know’ of een ‘need to be able’ gecreëerd voor de leerlingen en krijgen ze alsnog de mogelijkheid te leren leren. In het mentoraat wordt hier veel aandacht aan besteed.

Ons onderwijs biedt leerlingen de ruimte hun eigen cognitieve grenzen op te zoeken en hun eigen norm bij het verder ontwikkelen centraal te stellen. Tegelijkertijd wordt ervoor gezorgd dat de leerlingen ook, ten minste, de regulier gestelde normen van het vwo behalen. Want de leerlingen op TalentARHC werken natuurlijk ook toe naar het behalen van een vwodiploma na zes jaar onderwijs.

Pijler 2 identiteitsontwikkeling

Naast de aandacht voor cognitieve uitdaging vormt de identiteitsontwikkeling van de leerling een belangrijk speerpunt op TalentARHC, vooral waar het de schoolidentiteit van de leerling betreft.

Ervaring leert dat veel hoogbegaafde kinderen op zeer jonge leeftijd al het gevoel hebben dat ze ‘anders’ zijn. Ze zijn geïnteresseerd in andere dingen dan hun leeftijdgenootjes, lachen om andere grapjes…. De bewustwording dat hij of zij anders is, kan ervoor zorgen dat deze leerling gaat twijfelen aan zichzelf, zich steeds probeert aan te passen of zich alleen voelt. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak een meester in het zich aanpassen en hoewel het dus niet altijd te zien is, is het dan ook niet vreemd dat kinderen die al zo jong te maken hebben met tal van onzekerheden, het vaak moeilijk vinden een realistisch zelfbeeld te ontwikkelen.

In de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs doorlopen leerlingen de vroeg-adolescentie (puberteit). In deze levensfase maken kinderen zich los van hun ouders en spiegelen zij zich steeds meer aan hun omgeving, hun peers. Dit proces is van belang om zich te vormen en uit te zoeken wie zij zelf zijn. Peers zijn dus heel belangrijk en niet altijd even makkelijk te vinden voor hoogbegaafde leerlingen. De keuze voor homogene HB-klassen verhoogt de kans op peers in de directe omgeving en zorgt op deze manier voor een ontwikkelrijke omgeving voor de leerlingen.

Onderzoek wijst uit dat voor identiteitsontwikkeling bij adolescenten drie factoren aanwezig moeten zijn: een trigger, een veilige omgeving en een goede begeleiding van het ontwikkelproces. Een trigger is een moment van bewustwording bij de leerling dat de strategieën die door de leerling worden toegepast niet goed functioneren. Dit kan zijn op het gebied van omgang met anderen, omgang met een cognitieve uitdaging etc. Zo’n trigger zorgt ervoor dat er een noodzaak is voor de leerling om te leren hoe je beter met lastige situaties om kúnt of wílt gaan en dus om te bedenken of je iets aan jezelf moet veranderen. Om deze vragen te kunnen stellen is een veilige omgeving nodig waarin dat mag en kan. Identiteitsontwikkeling is een lastig proces waarbij leerlingen ondersteuning kunnen gebruiken. Mentoren kunnen in individuele coachingsgesprekken leerlingen een steuntje in de rug geven om de volgende stap in hun ontwikkeling te maken.

Wij hebben ervoor gekozen om in de onderbouw van TalentARHC, de eerste drie jaar, homogene groepen met hoogbegaafde leerlingen te creëren. In deze omgeving met gelijkgestemde klasgenoten is de kans voor elke individuele leerling het grootst zich veilig te voelen, te zijn wie hij of zij is, of daarnaar op zoek te gaan. Een dergelijke omgeving biedt volgens ons de beste mogelijkheden voor leerlingen om een realistisch zelfbeeld te ontwikkelen, eigen talenten en te versterken punten te (h)erkennen en hiermee aan de slag te gaan. Op deze wijze kunnen de leerlingen zich ontwikkelen tot zelfbewuste adolescenten die weten waar hun talenten en hun te versterken punten liggen. Met deze bagage gaan de leerlingen de bovenbouw van TalentARHC in, om in heterogene vwo-groepen hun eigen leerweg optimaal voort te zetten en vorm te geven.

Het mentoraat
Tijdens de mentoruren houden de leerlingen zelf een portfolio bij, waarin zij op hun ontwikkeling reflecteren. Met de mentor voeren zij hierover regelmatig een gesprek. Studievaardigheden vormen vaak het aanknopingspunt. Iedere leerling maakt een portfolio waarbij leerlingen tot in hoge mate vrij zijn om te bepalen hoe dit portfolio vorm krijgt. De voorwaardelijke aandachtspunten zijn: vragen in het kader van identiteitsontwikkeling naast de presentatie van verworven competenties en producten.Het werken met het portfolio loopt als een rode draad door elk schooljaar heen. Dit geeft diverse mogelijkheden voor reflectie waardoor leerlingen zelf kunnen ontdekken wat hun groei is op cognitief niveau en/of andere gebieden. Dit geeft hen de mogelijkheid zich persoonlijk verder te ontwikkelen met de accenten waar die voor hen nodig zijn. Op deze wijze ontwikkelen zij steeds meer een realistisch zelfbeeld en zijn zij steeds beter in staat hun eigen leerweg uit te stippelen.De manier waarop de mentor de leerlingen begeleidt wordt ‘scaffolding’ genoemd. De mentor bouwt als het ware een steiger om de leerling heen en begeleidt deze waar nodig. Het doel van deze manier van werken is dat de leerlingen leren om te gaan met lastige situaties (op school) en dat zij daarbij succeservaringen opdoen, omdat zij zoveel mogelijk zelfsturend zijn hierin. Uiteraard is bij de begeleiding de communicatie en samenwerking met vakdocenten en ouders van groot belang.

Pijler 3 uitvoerbaarheid

Ons onderwijsconcept moet vanzelfsprekend passen binnen de bestaande structuren van het voortgezet onderwijs. Dat betekent echter niet dat alle docenten direct goed toegerust zijn om dit onderwijsconcept uit te voeren.

Binnen TalentARHC werken nu ongeveer twintig gemotiveerde ARHC-docenten met een academisch werk- en denkniveau. De docenten werkzaam binnen TalentARHC zijn begeleid en getraind in een hierop gerichte leer- en ontwikkelgroep. Deze training maakt hen competent om het onderwijsconcept uit te voeren, de didactiek in hun dagelijkse lessen toe te passen teneinde de cognitieve uitdaging te bieden en de leerlingen te begeleiden bij het zich gelukkig leren ontwikkelen. Omdat er elk jaar klassen bijkomen, groeit het aantal docenten dat lesgeeft aan TalentARHC. Nieuwe docenten stromen na een stoomcursus in de leer- en ontwikkelgroep in.

Natuurlijk is het ook belangrijk dat het onderwijsconcept van TalentARHC door iedereen in de school gedragen wordt. Dat lukt beter naarmate de schoolcultuur meer ruimte biedt aan het omgaan met verschillen. In een dergelijke cultuur is het vanzelfsprekend dat hoogbegaafde leerlingen als iedere andere leerling recht heeft op onderwijs op maat. Huizermaat, waar onderwijs op maat en mogen-zijn-wie-je-bent hoog in het onderwijsvaandel staat, is een heel fijne plek waar een onderwijsstroom als TalentARHC helemaal tot bloei komt.

De Gooise Scholen Federatie  is gecertificeerd en actief lid van de Vereniging voor Begaafdheidsprofielscholen (BPS), een netwerk van scholen dat zich inzet om vorm te geven aan onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. Het doel van de BPS is dat scholen van elkaar leren in het doorontwikkelen van dit onderwijs. Wij zijn blij deel te kunnen nemen aan dit netwerk. Het biedt ons mogelijkheden ons onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen te verbeteren.

Het ARHC  is een eerstegraads en tweedegraads opleidingsschool. Dit betekent dat er een samenwerkingsverband is met universiteiten (Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Utrecht en Vrije Universiteit ) en HBO’s. Vanuit dit samenwerkingsverband worden studenten, docenten en promovendi bij ons op school opgeleid en in de mogelijkheid gesteld onderzoek te doen. Hun onderzoek leidt ertoe dat we steeds kritisch blijven kijken naar de effectiviteit en resultaten van onze aanpak op TalentARHC.

De bovenbouwTalentARHC begeleidt hoogbegaafde leerlingen van het eerste leerjaar tot en met klas zes, het basisniveau is vwo. Wij willen de leerlingen het onderwijs niet versneld laten doorlopen maar hen ruimte bieden om zich gedurende zes jaar voor te bereiden op een goed vervolg in de samenleving. In de bovenbouw (klas vier tot en met klas zes) volgen deze leerlingen een zelfgekozen profiel in onze heterogene vwo-groepen, bestaande uit leerlingen uit TalentARHC, vwo+ en vwo. Het intensieve mentoraatprogramma blijft in de bovenbouw voor de leerlingen van TalentARHC bestaan. Dit geeft hen de mogelijkheid om met hun mentor en met de in de onderbouw opgedane kennis over eigen mogelijkheden en interesses hun eigen leerroute uit te stippelen. Dit zal betekenen dat leerlingen van TalentARHC vaklessen die zij niet nodig hebben in overleg met vakdocent en mentor mogen inruilen voor werken aan eigen verdiepend onderzoek, op school of buiten de school. De mentor heeft een coachende rol waarbij het doel om de leerling zijn eigen mogelijkheden te leren kennen en daarnaast zijn vwo af te ronden, wordt gewaarborgd.

Aanmelding en toelating

Om te zien of een leerling op TalentARHC tot zijn of haar recht zal komen, maken wij gebruik van een aantal indicatoren die naar voren komen tijdens een intake procedure:

  • De uitkomsten van een WISC (III of V).
    We accepteren onderzoeksrapporten die in het  schooljaar twee jaar daarvoor zijn uitgevoerd. Dus voor schooljaar 2019-2020 (intake vanaf december 2018) accepteren we onderzoeksrapporten die zijn gedaan na augustus 2017.
  • de aanvullende gegevens en het schooladvies van de basisschool
  • de uitslagen van alle eerder gedane onderzoeken en testen
  • de ervaringen tijdens het intakegesprek
  • de ervaringen tijdens de Talentdag (verplicht voor aangemelde leerlingen).

Aanmelden kan gedurende het hele jaar tijdens de hele basisschoolperiode van uw kind.

De leerlingen die zijn aangemeld voor TalentARHC, nodigen wij met hun ouders/verzorgers uit voor een persoonlijk intakegesprek met de coördinator van TalentARHC en één van de mentoren. De intakegesprekken vinden plaats in de maanden december t/m februari.

De intakeprocedure en daarna de plaatsing van de leerlingen in de eerste klas Talent, ronden wij af voordat de aanmeldingsperiode in het overige Voortgezet Onderwijs start!

Aan TalentARHC zijn extra kosten verbonden gedurende de zes jaren van de opleiding. Daarnaast is de aanschaf van een Apple Macbook verplicht.

De vakkenTalentARHC biedt leerlingen naast het standaard vwo-lespakket de vakken filosofie, design, Big History en WON aan. Verder kunnen de leerlingen van TalentARHC meedoen met de keuzemogelijkheden van ARHC die vorm krijgen in masterclasses, theater of dans.

Meer informatie over TalentARHC, aanmelding en toelating vindt u op www.arhc.nl