Beestenboel

Arc

Hoe aaibaar is een baardagame? Voor de meesten van ons niet, maar voor leerlingen van de Gooise Praktijkschool wel degelijk. Met dezelfde aandacht waarmee ze een cavia of konijn optillen, knuffelen ze deze hagedisachtige en aaien ze hem over de schubben. Voor wie het een keer wil proberen, het voelt aan als een combinatie van fietsband en schuurpapier…

Nicolien van Vroonhoven, wethouder uit Hilversum, Mark de Haas en ik brengen een bezoek bij de Gooise Praktijkschool. Docent Herman Miedema heeft ons uitgenodigd om samen met drie leerlingen iets te vertellen over het vak dierverzorging. We zitten in een lesruimte tussen konijnen, cavia’s, sprinkhanen en baardagamen. Achter ons is een kleine broeikas waarin kippeneieren worden uitgebroed. Aan de muur hangen verschillende antieke klokken, want Herman is naast docent dierverzorging ook klokkenmaker. Op tafel staat Friese oranjekoek: een van de leerlingen is jarig en dat wordt gevierd!

Op een grasveld tussen twee vleugels van het gebouw zijn nog meer dieren: grote konijnen, kleine konijnen een haan en kippen, veel kippen. Vroeger hield de school ook nog schapen maar die maakten teveel lawaai. Onlangs heeft de school zich ontfermd over een eenzame zwaan in een nabijgelegen vijver. De school zorgde voor een partner. De eenzame zwaan was hier blij mee, maar de buurt niet zo. Een van de zwanen werd bovendien aangereden, dus dat experiment is gestopt.

Wat heeft dit alles met onderwijs te maken?

Bij het vak dierverzorging ontwikkelen de kinderen verantwoordelijkheidsgevoel, empathisch vermogen (knuffelen!) en organisatievaardigheden. Een ervaren leerling treedt op als coach voor een onervaren leerling totdat die zelfstandig in staat is de dieren te verzorgen.
Het ontwikkelen van deze elementaire vaardigheden is van groot belang voor deze leerlingen. Het geeft ze zelfvertrouwen en door het goed omgaan met dieren leren ze sociale vaardigheden die ze ook in dagelijks leven kunnen gebruiken.
De leerlingen vertelden vol trots wat ze geleerd hadden en hoe leuk ze het vonden. Ze worden begeleid door de docent, hij zorgt ervoor dat ze de dieren respectvol benaderen, geeft ze het steuntje in de rug als ze het toch een beetje eng vinden, maar corrigeert ze ook als dat nodig is.

Als uitsmijter mogen de leerlingen de baardagamen te eten geven. Herman haalt een doosje met levende sprinkhanen te voorschijn en peutert er met een pincet eentje uit. De agamen die tot dan toe onbeweeglijk op een tak zaten, schieten naar voren en met hun lange tong worden de sprinkhanen in een ommezien naar binnen gewerkt. De sprinkhanen konden het niet navertellen, maar de agamen waren zichtbaar tevreden. Wij ook trouwens, maar dat kwam door de zorg en de aandacht die docenten en leerlingen aan elkaar en aan de dieren gaven!