De toren van PISA

Vorige week zijn de resultaten van PISA 2015 bekend geworden.

PISA (Programme voor International Student Assessment) is een onderzoek naar prestaties van 15-jarigen in 71 landen (35 OESO-landen en 36 partnerlanden). In Nederland hebben meer dan 5000 leerlingen van 187 scholen uit alle onderwijssoorten – van praktijkonderwijs tot vwo – aan het onderzoek deelgenomen. 
Op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen scoort Nederland ruim boven het OESO gemiddelde. In vergelijking met vorige PISA metingen nemen de prestaties van Nederland echter af. Binnen Europa blijven we nog wel enigszins in het spoor van toplanden als Finland en Estland, maar aan Aziatische (stad)staten kunnen we niet tippen.
Het is opvallend dat de teruggang van prestaties voor veel OESO landen geldt, maar voor Nederland nog net iets meer. Leerlingen voelen zich minder uitgedaagd en ervaren minder ondersteuning van de docent dan elders.
Gelukkig zijn er ook bemoedigende signalen: zo besteedt de Nederlandse docent veel meer aandacht aan school-interne professionalisering dan de meeste van zijn OESO collega's.

Moeten we ons zorgen maken over deze neergaande trend?

Als het gaat om objectieve prestaties is het natuurlijk niet prettig om voorbijgestreefd te worden door andere landen. We staan natuurlijk het liefst boven aan de ladder.
Aan de andere kant is het zo dat de PISA resultaten maar een beperkt aspect van het onderwijs laten zien, nl. het cognitieve en toetsbare. Dit is vooral van belang voor de kwalificerende functie van het onderwijs. Dat we daarin beter zouden kunnen, moeten we ons zeker aantrekken. Onderwijs is echter meer dan alleen het behalen van cognitieve doelen. Persoonsvorming en socialisatie zijn minstens even belangrijk. Naar de resultaten van beeldende vakken, geschiedenis en maatschappijleer is bijvoorbeeld geen onderzoek gedaan. Ook de invloed van andere vormende aspecten van het onderwijs blijven buiten beschouwing.
In Ambitie 2020 het beleidsplan van de GSF, benadrukken we dat onderwijs zich met al deze aspecten dient bezig te houden: hoge kwaliteit maar ook brede ontwikkeling en maatschappelijke binding. Deze aspecten staan niet op zichzelf maar horen in evenwicht ten opzichte van elkaar te staan. Binnen de GSF doen we daar ons uiterste best voor.
Het PISA onderzoek legt teveel de nadruk op cognitie en is daarom enigszins uit balans, net als die echte toren in Pisa...