Beleggen voor beginners of; hoe versla je een aap?

18 mei 2021
Arc

Door Heidy Bouwer

In New York wordt regelmatig een experiment gehouden waarin beleggingsanalisten het opnemen tegen apen. De analisten mogen met open ogen hun kennis inzetten, de apen gooien geblinddoekt met pijltjes naar een bord. En, de oplettende lezer raadt het al, regelmatig winnen de apen. Hoezo homo economicus….geen pijl, sorry, peil op te trekken!

Ook Noortje Bergers en haar leerlingen gaan de uitdaging aan. Ze schreven zich in bij het beleggingsspel Scholenstrijd en gaan de aankomende maanden met een startkapitaal van 100.000 euro pp (Leerling: “Echt mevrouw???” Noortje: “Nee, geen echt geld, wel een echte wedstrijd”) beleggen in aandelen. 

Ik woon de introductieles bij, dat doe ik net als de groep online, want nog volop in de lockdown. Ik log lekker op tijd in, om voor het bekende dubbeltje op de eerste rij te zitten en eens te onderzoeken hoe ook ik bijna slapende rijk kan worden….als een aap het kan, tenslotte? Helaas schop ik met deze vroegboekactie de zorgvuldig voorbereide les in de war, want ik ben nu de ‘host’ en Noortje kan de leerlingen niet meer in breakout-rooms zetten. En ik kan haar wegens gebrek aan ervaring met en kennis van het online-les geven niet uit de brand helpen. Ze schakelt soepel over naar een klassengesprek, alsof het zo bedoeld was.

Noortje begint met het activeren van wat voorkennis over: jawel, voorkennis, maar dan bij  bij het investeren, de AEX, beurskoersen, risico-aversie en wat dies meer zij.

Ze koppelt expliciet de keuze-les aan de mono-lessen economie en bedrijfseconomie, beleggen hoort bij het domein Risico en beleggen. 

Belangrijk voor 4e klassers, van wie de meesten zoals we weten niet zo’n puf hebben om iets te doen ‘wat geen nut heb’ :). En geef ze eens ongelijk, zeker vanuit economisch perspectief….

Een paar weken later is het beleggen begonnen. Noortje laat me zien hoe het ervoor staat met haar beleggingen, want ze doet natuurlijk zelf ook mee! Ze weet me over te halen om ook een investering van maar liefst 10.000 euro te doen en laat me zien waar ik op moet of kan letten. “Maar wat maken ze dan?”, vraag ik over een bedrijf dat er qua kleurtjes en lijntjes wel aantrekkelijk uit ziet. Een goede vraag, vindt Noortje, want een belangrijke regel bij beleggen is: Begrijp het bedrijf! Wat voor producten maken ze? Hoe verdienen ze hun geld eigenlijk?

Ik krijg er warempel plezier in. “Ik heb net 10.000 euro belegd”, roep ik naar mijn echtgenoot. Hij trekt wat wit weg om de neus, zijn vertrouwen in mijn financiële inzicht is niet zo groot. Hij haalt dan ook opgelucht adem als blijkt dat het om een spel gaat. 

In Classroom kunnen de leerlingen een zeer toegankelijk instructiefilmpje bekijken. Een frisse jongeman met de toepasselijke naam Stephan Helder spreekt ons bemoedigend toe en legt, geheel niet gehinderd door valse bescheidenheid, uit waarom zijn filmpje met recht De meest waardevolle video OOIT genoemd mag worden. Olijk de camera inkijkend wijst hij er op dat ‘De grote griep’ (hij maakt er het aanhalingstekens gebaar bij en er verschijnt een flesje bier in beeld) grote kansen biedt voor slimme beleggers. Ook vermaant hij ons niet te investeren in General Motors en liever wel in Google, maar natuurlijk wel als de prijs van Google een beetje ok is. Het klinkt mij alleszins aannemelijk in de oren en net als ik begin te denken dat ik er echt wat van snap zegt Stephan, alsof het de meest logische zaak is:”Tja, waarde en prijs zijn natuurlijk twee heel verschillende dingen”….en laat mij daarmee in verwarring achter in mijn risico-averse bubbel.

Maar, om met Warren Buffet te spreken: “Risico ontstaat wanneer jij niet weet wat je doet” en daarom vindt Noortje het belangrijk dat leerlingen de kans krijgen zich te verdiepen in deze materie, en ook zelf vindt ze het nuttig meer te weten te komen over de wondere wereld van het beleggen.

De leerlingen kunnen wegens drukke schoolbezigheden geen tijd vrij maken voor frivoliteiten als een interviewtje maar zijn gelukkig niet te beroerd om  een kort vragenlijstje in te vullen. We vragen ze waarom ze deze les gekozen hebben, of ze het beleggingsspel een goede invulling van de les vinden en wat ze geleerd hebben.Ook mogen ze een tip geven voor deze specifieke les én voor de keuzelessen in het algemeen.

“Omdat ik zelf al kleine investeringen maak op het gebied van schoenen!”

“Leek me gewoon leuk, en ja, het was ook een leuke manier om over aandelen te leren”

“Het is echt wat anders dan de gewone lessen, want je doet het ook echt en je leert er dus ook sneller en makkelijker van”

“Je leert hier iets van wat je later nog kan gebruiken. Dit doe je niet echt in de normale lessen” (Oeps, en daar doen we dan allemaal zo enorm ons best voor)

“Ik heb geleerd dat het alle kanten op kan gaan ook al zegt het nieuws van wel of niet” 

(Deze Cruijffiaanse uitspraak zou ik wel eens toegelicht willen krijgen van bovengenoemde heer Helder)

“Ik heb geleerd dat je ook wel verlies kan maken!”

“Het is tenminste gezellig! Het beste keuze-uur tot nu toe ooit dat ik heb gedaan. Ik heb geen tip voor deze les, het is gewoon top!”

Wat betreft de keuzelessen in het algemeen geven ze aan dat ze wat meer bij de mono-lessen zouden mogen aansluiten. De 4e klassers vinden het opmerkelijk veel moeilijker dan de brugklassers om verder te kijken dan lessen en stof die direct nut opleveren. Dat zal deels een leeftijdskwestie en wennen in de bovenbouw zijn, maar daar valt wellicht voor ons als docenten nog winst te behalen in de toekomst.

Een van hen merkt filosofisch over de keuzelessen op “..dat het niet heel veel zin heeft, maar soms wel erg leuk is……” 

De pedagogische paradox: de leraar moet ervoor zorgen dat de ander wil leren wat hem onderwezen moet worden en maakt dus onderscheid tussen datgene wat van het grootste belang is voor het kind en datgene wat zijn belangstelling heeft. (uit: ‘Pedagogiek, de plicht om weerstand te bieden’ van Philippe Meirieu)

Noortje studeerde technische bedrijfskunde, woonde lang in het buitenland (oa de VS) en kwam als zij-instromer in het onderwijs terecht, sinds 2019 op het ARHC. Ze heeft even moeten wennen, maar inmiddels heeft de school haar hart gestolen. Geweldige kinderen, een fijne sfeer en lieve collega’s. “De kinderen kunnen zo’n lol met elkaar hebben, da’s een warm bad. En als het lukt om een wat dwarse jongen, zo’n leuke lapzwans,  in een LOS-gesprek te laten inzien dat hij echt zelf heeft gezorgd dat het goed is gekomen, dat is toch waar je het voor doet?”

Hebben en zijn

Op school stonden ze op het bord geschreven
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven de dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Ed Hoornik