QUEST ’21 verjaart

18 juli 2022
Arc

( door Heidy Bouwer)

Een stukje geschiedenis vooraf

QUEST’21 blaast een eerste kaarsje uit, een goed moment om terug te blikken en om een diepere duik in het verleden en de ontstaansgeschiedenis te nemen, want dat hele QUEST, en nu ook nog QUEST’21:  “waar heb dat nou voor nodig?”

Begin 2000 was het onderwijs op het Roland Holst College naast degelijk en kindvriendelijk ook nog tamelijk traditioneel en docentgestuurd. Zeker, er kon gedifferentieerd worden met basis-, herhalings- en extra-stof, er waren dakpanklassen en er waren goede mogelijkheden voor kinderen om op te stromen, maar wie langs de lokalen liep zag toch grotendeels de bekende busopstelling, een docent die klassikale instructie gaf en kinderen die luisterden, oefeningen maakten of zich een beetje verveelden.

Rector Loes Lauteslager zocht in die tijd  naar mogelijkheden om een aantal door haar en een groepje enthousiaste collega’s gewenste vernieuwingen door te voeren.

De tafeltjes in de zomervakantie samen met de conciërge in groepjes zetten, zoals zij op haar school in Gouda had gedaan, bleek geenszins het gewenste effect te hebben, al gauw stonden de tafeltjes weer ‘gewoon’ in een rij. De docenten bleven namelijk gewoon voor het bord staan uitleggen, waardoor de leerlingen in de tafelgroepjes hun nek moesten verdraaien als ze de docent wilden zien.

Er was ook op het Roland Holst niet heel veel animo voor grootse nieuwe plannen, dus werd ingezet op een kleinschalige, geleidelijke vernieuwing. Geen aardbeving, maar een lichte trilling zou er door de school moeten gaan. In de 3e klas drie keer per jaar een vakoverstijgend project, over thema’s die in overleg met leerlingen waren bedacht, dat moest toch haalbaar zijn.

“Nou, vergeet het maar”, lacht Loes zo’n 20 jaar na dato. De meeste docenten en secties zaten helemaal niet te wachten op dit soort dingen, ze wilden ‘gewoon les’.

Goede raad was duur, maar gelukkig niet onbetaalbaar en kwam van (wijlen) Alex van Emst, destijds directeur van het APS. Een man die meer van bevingen dan trillingen hield en het toenmalige MT aanraadde om niet te proberen twee paradigma’s te mixen (1), maar vol voor het vernieuwende concept te gaan met de mensen (docenten, leerlingen én ouders) die dit wilden. Niet een paar keer per jaar een week ander onderwijs, of een paar uur per week, maar gewoon meteen het hele schooljaar.

En zo startte de avontuurlijke zoektocht (queeste) naar ander onderwijs, naar ‘natuurlijk leren’.

“Doodeng vond ik het het”, geeft Loes toe, “en zonder de mensen van het eerste uur, zoals Ron (van der Valk), Ruud (van Stokkum), Monique (Hoens)en Mark (Manders), en dan vergeet ik natuurlijk mensen, zou het nooit gelukt zijn!”

“Eigenlijk vond ik op mijn eigen middelbare school al: het moet anders!”, zegt Ron, “En toch begon ik als een conservatieve docent, zo was je opgevoed en opgeleid. Jouw wil was wet, en als de conrector langs liep en zag dat jij voor de klas stond, dat het rustig was en dat de kinderen deden wat jij wilde, nou dan was je een goede docent”. Hij had een harde leerschool op een ILO, Lagere Tuinbouwschool op Kanaleneiland waar hij het vak Dierhouderij ging geven aan een groep kinderen die geenszins voor dit vak en de opleiding hadden gekozen, maar voor wie dit zo ongeveer de laatste kans op onderwijs was. Het afvoerputje van Utrecht.

 Methode? Was er niet. Steun van de directeur als er problemen in de klas waren? Was er niet. Verstand van kippen en geiten? Had Ron niet.

“Dus voor de herfstvakantie was ik al bijna overspannen en op het punt van stoppen. Ik voelde de kinderen als vijanden. Maar toen kwam ik terug en zeiden de leerlingen “We hebben u gemist, meneer”. En ik wist: het moet anders. Dat onderwijs, die stof kan me even gestolen worden, ik ga een band met ze kweken, ik ga met ze praten over het leven. Ik ga ze lesgeven zonder dat ze het door hebben. Ik ga de leerlingen mee laten denken over hoe zij zelf hun resultaat kunnen en willen halen”.

 Toen Loes dan ook een oproep deed om, eerst heel vrijblijvend, aan te schuiven bij gesprekken over wat we wilden in de klas, deed Ron mee. “Dat is waarom ik in het onderwijs ben gebleven. Omdat ik het onderwijs mocht gaan ontwikkelen dat ik zelf had willen hebben.”

Wat was er nodig?

Grote onderwijsvernieuwingen als QUEST bestaan bij de gratie van creatie en inspiratie, maar dat is niet genoeg. Wat is er daarnaast nodig om zo’n concept te laten slagen?

“Een teamleider die het durft met een team dat het durft”, weet Loes zeker, “en een schoolleiding die accepteert dat het gedoe geeft in de school. Als schoolleider moet je rugdekking geven, vertrouwen,  want je kunt er vanuit gaan dat er dingen mis gaan.”

“Vrij mogen denken met elkaar”, zegt Ron, “het met elkaar oneens kunnen zijn waardoor je het echt samen met je collega’s maakt, het was van onszelf!”

“Ruimte en tijd om met het team in veel vrijheid te denken vanuit je idealen”, vinden ook Barry en Sophie, respectievelijk teamleider en projectleider van QUEST’21. “En niet eerst vanuit kaders en randvoorwaarden. We hebben echt gewerkt op basis van onze onderbouwde visie op leren. En op basis van vertrouwen, in elkaar en in de kinderen”.

“Het is toch gek”, zegt Barry, “dat uit onderzoek blijkt dat Nederlandse kinderen zo ongeveer de gelukkigste zijn van Europa, maar dat ze opvallend weinig plezier beleven aan school. Dat kan anders!”

“We willen kinderen leren dat leren leuk kan zijn, ook al is het niet altijd makkelijk. Plezier, intrinsieke motivatie, voor de leerlingen en ook voor onszelf, en dat is gelukt dit jaar, daar ben ik zo blij mee en zo trots op!” vult Sophie aan.

“Maar vergis je niet”, nuanceert Barry, “er zijn ook momenten van volledige vertwijfeling geweest. Want ja, een ideaal is mooi, maar het systeem is er ook nog en onze idealen botsten nogal eens met die van Zermelo en SOM. Daarom ook alle credits aan onze roostermakers Miranda en Nicolette die met ons zijn blijven pionieren. En we zijn er nog niet natuurlijk”.

Bestaansrecht QUEST?

Paul Halma was teamleider in een tijd (2009 tot 2019) dat QUEST inmiddels toe was aan het ontwikkelen van wat routine en consolidatie. “Het concept stond. Die knetterende ontwikkelfase houd je geen jaren vol. Een bepaalde mate van routine en voorspelbaarheid maken en houden het dan haalbaar. We zijn perfectionisten, we willen heel veel maar er zitten ook maar 24 uur in een dag. Routine beschermt dan.”

 Ook in die jaren werd er nog veel ontwikkeld, zoals het werken met iPads en de LOS-gesprekken (gestart bij QUEST). Maar langzaam schoof QUEST op richting regulier en ontwikkelde de reguliere stroom zich tijdens de transitie een stukje verder richting QUEST. Tijd voor Barry en zijn team om zich te beraden op het bestaansrecht van QUEST.

Waarom niet QUEST gewoon laten opgaan in regulier? Is QUEST echt nog zo wezenlijk anders dan regulier, nu daar ook keuzelessen en projecten worden aangeboden? Is de destijds gehoopte en verwachte olievlek niet voldoende gerealiseerd?

Het team kreeg de tijd en ruimte om onder de bezielende leiding van Barry en Klaas Doorlag het eigen onderwijs onder de loep te nemen. Wat willen we, waartoe, waarom, wat maakt ons onderwijs noodzakelijk? Wat maakt het anders? Op zoek naar de wortels en de zin van het bestaan van QUEST. Een mooi, soms pijnlijk, maar vooral  heel inspirerend proces met als uitkomst de geboorte van QUEST’21.

Wat maakt QUEST’21 dan zo anders?

Een korte, zeker niet volledige introductie QUEST’21

· We werken in domeinen: MVT, M&M., M&N, A&D, A&S, Quest-doelen en Nederlands. De leerlingen volgen verplichte modules van 6 weken en kiezen iedere periode een aantal keuzemodules. Voorbeeld voor mijn eigen vak: leerlingen doen allemaal de verplichte module Nieuws, waarin lees- en schrijfvaardigheid geïntegreerd worden. Daarnaast kunnen ze kiezen voor modules leesvaardigheid, poëzie, debat of BoekLeesKunst.

· Ook binnen de modules hebben leerlingen veel keuze in hoe ze hun leerdoelen behalen. Workshops met uitleg volgen of juist zelf lezen/opzoeken, elkaar uitleggen, soort eindproduct dat je wilt maken enzovoort.

· We geven bijna geen toetsen en helemaal geen cijfers. Leerlingen moeten alle leerdoelen en modules behalen, zo niet dan moet er verbeterd en/of ingehaald worden. Dat is nog wel eens een gedoetje, maar werkt in grote lijnen goed genoeg. Twee keer per jaar is er een bufferweek. In die week worden presentaties voor ouders georganiseerd, is er een uitje en kan er worden ingehaald. Mooi om te zien: de meeste leerlingen gaan vol voor hun B of B+, slechts een enkeling is op zoek naar de 5,5:) We doen niet aan doubleren.

· Leerlingen laten met behulp van producten en praktische opdrachten zien dat ze hun leerdoelen hebben bereikt. Denk daarbij aan het Food festival dat bij MVT is georganiseerd. Paul Halma en Sandra van de Velde daarover:  “We zijn altijd op zoek naar hoe je een opdracht betekenisvol maakt. Zodra je tegen kinderen zegt dat we iets ‘echts’ gaan doen, zoals dit, met echte festivalbezoekers en echt eten, gebeurt er iets magisch. Ze gaan blij kijken, en ze gaan het doen. Zo trots op hoe ze dit met de hele groep hebben opgepakt, er viel geen onvertogen woord. Wat een genot!” “Dit was hard werken, voor de kinderen en voor ons, maar ook zo leuk, echt superleuk! Dit is wat we met de MVT-secties willen, beweging, bezig zijn en vooral ook dingen samen doen.”.

· Iedere dag een heel gezellige, bruisende start met een coachings/begeleidingsuur, in de mediatheek. Een feestje om te mogen begeleiden, met bijna 60 montere, blije kinderen die na een gezamenlijke start lekker met elkaar aan de slag gaan. Niet altijd een feestje voor de oren trouwens, vanwege de zwembad-akoestiek in de mediatheek. (Ik heb me meermalen gelukkig geprezen met mijn 20 jaar ervaring als (hard)rock zangeres. Mijn oren zijn wel wat gewend en ik kan flink volume geven zonder te gaan gillen.)

· Wil je meer weten? Kom kijken, kom een dag(deel) meedraaien, voel je welkom!

Tot slot

“Het teamteachen, samen onderwijs ontwerpen was destijds voor ons cruciaal”, vindt Loes, “hét middel om  je lessen beter te maken. Je kunt je als docent eenzaam voelen in je werk, maar bij QUEST doe je heel veel samen. En natuurlijk de aandacht die er kwam voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen, veel meer dan voor het leren van lesstof”.

“Laat ik voorop stellen”’, zegt Paul, “dat beide concepten bestaansrecht hebben en dat QUEST niet DE manier is voor alle leerlingen. Maar wat echt anders is is de opvatting dat je als docent samen met leerlingen leert. Dus niet de docent die de wijsheid in pacht heeft, maar wederkerigheid. Leerlingen en leraren leren nadrukkelijk van en met elkaar.

“Dat het bevorderen van autonomie van de leerlingen leidend is bij de beslissingen die we nemen”, aldus Barry, “dat betekent dat ze dus ook mogen kiezen om iets niet te doen of anders dan wij zouden bedenken. En het cijferloos werken, wat ben ik blij dat we dat hebben aangedurfd en dat het zo goed werkt!”

We kijken met veel voldoening terug op dit eerste jaar. Het was een weliswaar volstrekt niet vlekkeloos, maar wel heel mooi, plezierig en vreugdevol jaar, met de kinderen en met elkaar. Paul Halma noemde het eens treffend Het jaar van de gemiste kansen. Regelmatig keken we elkaar aan en riepen: “Ach joh! Zo had het ook gekund Was nog leuker geweest!”

Waarmee de gemiste kansen vanzelf nieuwe kansen worden.

We wensen onszelf, elkaar en iedereen in de hele school een heel fijn nieuw schooljaar met veel gemiste en dus nieuwe kansen!

QUEST-quotes

Een impressie van het afgelopen jaar door de ogen van docenten en leerlingen.

Sophie te Nuijl: “Het is echt  zo gaaf, ik vertel het aan iedereen, ook aan wie het niet wil horen, ik vrees dat sommige vriendinnen het verhaal soms redelijk zat zijn…”

Valérie Ungerer: “Dit eerste jaar QUEST’21 was voor mij een bijzonder, verrijkend, confronterend en bovenal leerzaam jaar. Mijn oude Quest-visie vervangen voor de nieuwe visie was niet altijd makkelijk. Immers: waarom zouden de coaches niet wat (nog meer) overzicht mogen krijgen over hun coachleerlingen? (Antwoord: waarom willen de coaches controle, terwijl we juist zo inzetten op de autonomie van de leerling?)

Bufferweken (of buffelweken?) invullen, het coachuur ontwerpen en bijschaven… Visievraagstukken tijdens onze teamoverleggen, na een lange dag lesgeven en begeleiden bleken best pittig.  Maar, alles voor de leerling!

Bovenal heb ik gezien hoe de collega’s alle zeilen bijgezet hebben om een prachtig brugklasjaar neer te zetten. Bij mij overheerst het gevoel van bewondering voor ons doorzettingsvermogen als team. Het vermogen om af en toe de uren extra te investeren voor het beste onderwijs van Hilversum, of eigenlijk: het beste onderwijs van het land!

Wanneer ik mijn studenten van de lerarenopleiding vertel over QUEST’21, vragen zij vol bewondering: WELKE SCHOOL IS DAT?!

Laten we dit voortzetten!”

Ron van der Valk: “Geweldig om het onderwijs te mogen ontwerpen dat je zelf had willen krijgen! Een tip voor het team van QUEST’21 is: Vertrouw erop dat ze het kunnen, maar vooral: Hou het simpel ”

Mirjam Schmidt: “Uniek, nieuwsgierig, kritisch, levenslustig.

Altijd bedanken: “bedankt voor de leuke les mevrouw”

We studeren 2 musicaldansen in die nogal uiteenlopen qua stijl. Leerling na afloop: ” die ene dans vond ik heel leuk en die andere niet, maar het is wel goed om ook eens iets heel anders te doen dus daarom vond ik hem toch wel leuk”.

Callas Fieke Julia: “Leuke groep, vrolijk en gezellig, we helpen elkaar, In de losse vriendengroepjes maar ook met elkaar in de grote groep. Bij de module Songfestival werden de groepjes omgegooid, wat een shock was dat! Maar het bleek juist heel goed te zijn.

Fijne docenten die werkelijk naar je luisteren, die bijna altijd vrolijk zijn en ook nog duidelijk.

Als je samenwerkt leer je dat het ook goed kan zijn als iemand een ander idee heeft dan jij, dat het ook mooi kan worden als het anders wordt dan jij eerst wilde.”

Kate en Isabel: “De bufferweek was zo leuk, met het schaatsen en het zwemmen. Samenwerken is zo leuk, dingen interesseren je eerder en dan leer je er ook meer van.”

Isis Pim, Nora, Niels en Kasper: “Projecten waar je dingen mag maken zoals bij geschiedenis, en de sprookjesfilmpjes bij Nederlands, die waren gaaf”

Teun Floris Casper Siem Tim Emilio Duuk Job  Kaan: “Veel vrijheid, gezelligheid en keuze, je leert zoveel van deze manier van werken Je mag mooie dingen maken!

En als je dingen mag organiseren, zoals het klassenuitje of het foodfestival, dan mag je het ook écht zelf regelen, ook het geld en zo.”

Edith: “Het is voorbij gevlogen, ik zie me nog zitten met die kleintjes, niet normaal zoals ze gegroeid zijn, andere gezichten gekregen.

Zo enthousiast en vrolijk en ze voelen zich ook echt geen bruggers meer.

De energie die bij de bufferweek vrijkwam, hoe ze  steeds meer echt aan de gang gingen. Ik krijg er zelf zo’n energie van!”

Paul Heus: “Betrokken, blij hulpvaardig!

Leerlingen die zelf een module Spaans geven.

Altijd ruimschoots hulp bij open dagen/kennismakingslessen etc.

Heel vaak: Dank voor de leuke les, meneer/mevrouw/juf….”

Anouk Vorrink:

QUEST= Groei. Samen. Ontwikkelen. Plezier. Ontdekken. Vallen en opstaan

  • (1) Paradigma A: het klassieke, reguliere onderwijsconcept, klassikaal, docent- en vakgestuurd, Paradigma B: vernieuwend onderwijs, leerling- en opdrachtgestuurd, vakoverstijgend met veel keuze voor de leerlingen, teamteaching.  Het ARHC heeft er zowel bij de oprichting als bij de doorontwikkeling van QUEST en de transitie in regulier nadrukkelijk voor gekozen beide paradigma’s naast elkaar te laten bestaan.