MT

Arc
MT

Mobiliteit & Transport

Het werken aan voertuigen vraagt steeds meer kennis van de werking van onderdelen en testapparatuur. Elektrotechniek, elektronica en logistiek worden hierbij steeds belangrijker.
Er worden tijdens de lessen geen werkstukken gemaakt. De opdrachten zijn gericht op het krijgen van inzicht in de werking en afstelling van voertuigen- en motoronderdelen.
Echte voertuigen staan klaar in de werkplaats, maar je kunt ook aan de slag met oefenmodellen. Nieuw is het onderdeel transport waarin je de ritvoorbereiding, de routeplanning en de lading van vrachtauto’s gaat leren beheersen. In het vierde jaar kun je kiezen om je verder te verdiepen of je meer toe te leggen op tweewielers en/of motorsystemen.

Met een diploma Mobiliteit & Transport gaan veel leerlingen in een bedrijf werken waar ze zich bezighouden met personenwagens, vrachtwagens of motorfietsen. Je doet dan hoofdzakelijk onderhoudswerk. Pas als je ook een bedrijfsopleiding hebt gevolgd (met één dag per week theorie op school) kun je steeds meer reparatiewerk verwachten. Ook hier werkt men met beroepstaken, om de doorstroming naadloos te laten verlopen. Met Mobiliteit & Transport heb je ook een goede vooropleiding voor monteur wegenbouwmachines, receptie/magazijn, schadeherstel, trucks, landbouwwerktuigen, tweewielers (fietsen, bromfietsen, scooters) of vrachtwagenchauffeur.

Vaak wordt gedacht ‘voertuigentechniek is lekker sleutelen’, zoals thuis aan een brommer. De vakroute is echter meer dan dat . De theorie is namelijk erg belangrijk binnen dit vakgebied. Je moet eerst weten hoe alles werkt, voor je kunt gaan testen of repareren.

Verder leren

Als je gaat werken doe je de BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) tot autotechnicus (twee jaar). Daarna komt eerste autotechnicus of een opleiding voor een eigen bedrijf.
Wil je naar het mbo op niveau 4, het IVA (Driebergen) of de SOMA (Harderwijk)? Dan moet je een zwaarder theorieprogramma hebben gevolgd: kader of mavo.